← Terug naar alle artikelen

Energiearmoede

Vragen aan het college in zake energiearmoede.

B
Bertus TaekemaGemeenteraadslid

Inleiding

Huishoudens die te maken hebben met energiearmoede komen steeds dieper in de financiële problemen. Zij zien inmiddels gemiddeld 12 procent van hun inkomen opgaan aan gas en elektriciteit — een historisch hoog percentage.

Dit blijkt uit recent onderzoek van TNO en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) over de periode 2019 tot en met vorig jaar. Het gaat veelal om inwoners die wonen in slecht geïsoleerde woningen zonder zonnepanelen. Hun energierekening bedroeg vorig jaar gemiddeld 188 euro per maand (7 euro boven het landelijk gemiddelde). Vergeleken met 2024 is deze rekening met 21 euro per maand gestegen, hoofdzakelijk door de hogere vaste aansluitkosten. Door de actuele spanningen op de internationale energiemarkt en de stijgende groothandelsprijzen nemen de energielasten voor nieuwe contracten nu opnieuw snel toe.

Naast het Energieloket van Uithoorn zetten we de afgelopen twee jaar met succes een programma van energieverkenners in. Zij vormden als medebewoners een toegankelijke brug naar gemeentelijke voorzieningen, hielpen bij bespaaracties en verwezen door naar het duurzaamheidsloket of de klussenbus. Ook de witgoedactie — waarbij oude apparaten werden vervangen door zuinige modellen — bood concrete verlichting.

Om te voorkomen dat er een gat ontstaat tussen het beëindigen van het Tijdelijk Noodfonds Energie en de komst van het landelijke publieke energiefonds (in de winter van 2026–2027), stelt het Rijk landelijk € 30 miljoen beschikbaar aan gemeenten. Met deze eenmalige impulsmiddelen kunnen gemeenten inwoners met energiearmoede ondersteunen via bestaande dienstverlening (zoals energieverkenners en bespaarmaatregelen) en gericht contact zoeken met huishoudens die hulp hebben aangevraagd bij het Noodfonds.

In dit kader hebben wij de volgende vragen:

  1. Is het college voornemens om het (inmiddels gestopte) programma met energieverkenners en/of de witgoedactie met deze rijksmiddelen te heropenen of te heractiveren?
  2. Indien het college dit niet van plan is: op welke wijze borgt het college dan dat deze beschikbare impulsmiddelen effectief en tijdig terechtkomen bij de doelgroep in Uithoorn die dit het hardst nodig heeft?

Wij verzoeken het college deze vragen binnen 30 dagen te beantwoorden.

Vriendelijke groet,

Bertus Taekema
Uw Raadslid